De boodschap van de brief van Paulus aan de Efeziërs
In tegenstelling tot een aantal andere brieven die Paulus schreef, verwijst deze brief niet naar een bepaalde zonde of ketterij.
Paulus schreef deze brief om het gezichtsveld van zijn lezers te verbreden, zodat ze beter de dimensies van Gods eeuwige plan en genade zouden begrijpen en meer inzicht zouden hebben in de hoge doelen die God met de kerk voorheeft.
De brief begint met een overzicht van verklaringen over Gods zegeningen. Hij doet dit met een grote
variëteit aan uitdrukkingen over Gods wijsheid, Gods voornemen en Gods doel. Hij benadrukt dat we niet alleen gered zijn ten behoeve van ons persoonlijk heil, maar ook om God te eren en te prijzen. Het hoogtepunt van Gods doel, wanneer de volheid der tijden bereikt is, is om alle dingen in het universum onder zijn heerschappij te brengen. Het is uitermate belangrijk dat christenen zich dit realiseren en daarom spreekt hij ook een gebed uit opdat wij de wijsheid en openbaring hierover zouden verkrijgen.
Nadat hij de hoge doelen die God met de kerk voorheeft heeft uitgelegd, vervolgt hij met het tonen van de stappen naar de vervulling hiervan. Ten eerste heeft God individuen met Zichzelf verzoend als een daad van genade. Ten tweede heeft God deze individuen met elkaar verzoend, doordat Christus de scheidsmuur door zijn dood heeft afgebroken. Maar God heeft iets gedaan dat hier nog bovenuit stijgt: Hij heeft deze geredde individuen verenigt in één lichaam: de kerk. Dit was een mysterie dat nog niet volledig was gekend totdat God dit aan Paulus openbaarde. Zo is Paulus in staat om nog duidelijker uit te leggen wat God voorheeft met de kerk, namelijk dat God door middel van de kerk zijn veelkleurige wijsheid bekend maakt aan de overheden en machten in de hemelse gewesten.
Het is duidelijk dat, doordat het begrip “hemelse gewesten” meerdere keren aan de orde komt, het leven van een christen niet beperkt is tot de aardse planeet. Het leven van de christen krijgt z’n belang en betekenis vanuit de hemel, waar Christus is verheerlijkt en zit aan de rechterhand van God.
Desondanks wordt ons leven op aarde geleefd, waar het praktische dagelijkse leven van de gelovige doorgaat met het uitwerken van Gods bedoeling. De opgestane Heer heeft gaven aan de leden van de kerk gegeven om hen in staat te stellen om elkaar te dienen en zo de eenheid en volwassenheid te bevorderen. De eenheid van de kerk onder het leiderschap van Christus is een voorafschaduwing van de vereniging van alle dingen in de hemel en op de aarde onder Christus.
Het nieuwe leven van zuiverheid en wederzijdse eerbied staat in schril contrast met de oude manier leven zonder Christus. Degenen die sterk zijn in de Heer hebben overwinning over de duivel in de grote geestelijke strijd, speciaal door de kracht van het gebed.
Uit: The NIV Study Bible

