Want door (in de kracht van) één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt........Hij (dat is de Vader) heeft alles aan zijn voeten gelegd en Hem als Hoofd over alles gegeven, aan de gemeente, die Zijn lichaam is, de volheid van Hem die alles in allen vervult (1 Kor.12: 13 - Ef.1: 22,23 Voorhoeve vert.).
Toen de Heer Jezus van de aarde opgenomen werd was er geen Goddelijk lichaam meer op de aarde aanwezig. De Heilige Geest was nog niet uitgestort en er was dus niets dat Goddelijke aanwezigheid op de aarde openbaarde. Toch had de Heer beloofd dat Hij een Plaatsvervanger zou sturen, iemand die Zijn plaats op de aarde in zou nemen. In Gods gedachten lag al van alle eeuwigheid af het plan klaar om na de opname van de Heer toch nog een zichtbaar Lichaam op de aarde te hebben. Een Lichaam waarin God gezien zou worden, waardoor God zou kunnen handelen zoals Hij handelde door het vlees geworden Woord (Jezus Christus). Op de pinksterdag werd het Lichaam (de gemeente) gevormd en “Goddelijk” doordat de Heilige Geest uitgestort werd. Op dat moment had het Lichaam Goddelijke kracht (Hand.1: 8).
Het lichaam waarvan de Heer het Hoofd is en dat door de Heilige Geest geleid wordt, zou je “God - opnieuw geopenbaard in het vlees” kunnen noemen. De bestemming van dat Lichaam is de voortzetting van alles wat Jezus gedaan heeft (en nog grotere werken, heeft Hij gezegd), opdat God door zijn Lichaam gezien zou worden en de mensen zich tot Hem konden bekeren. Voor alle duidelijkheid, dat Lichaam zijn wij, de gemeente die bestaat uit allen die wedergeboren zijn. Het Lichaam staat met een hoofdletter geschreven, omdat God door zijn Geest in dat Lichaam woont.
De gemeente als Lichaam van God kan en moet een zichtbare uitstraling hebben voor haar omgeving of de wereld waarin je leeft.
a. Het lichaam heeft een Hoofd
b. Het lichaam bestaat uit leden
c. Het lichaam heeft de volheid van God
d. Het lichaam is levend door de Geest
e. Het lichaam heeft zichtbare liefde
f. Het lichaam kenmerkt zich door eenheid
g. Het lichaam heeft gaven ontvangen
h. Het lichaam groeit naar Christus toe
A. Hoofd (Kol.1: 18, Ef.1: 22, Ef.5: 23). Door het Hoofd wordt het gehele lichaam aangestuurd. Dat is iets wat je heel goed moet begrijpen. Voor de aansturing van het Lichaam van God is gehoorzaamheid aan het Hoofd noodzakelijk. Luister je niet naar het Hoofd, dan heb je geen sturing en maak je brokken. Alleen door de Geest kan het Lichaam als geheel en de gelovige individueel functioneren.
B. Leden (1Kor. 12: 12 t/m 27, Rom. 12: 4,5). Een natuurlijk lichaam heeft ledematen die niet allemaal dezelfde werking hebben, zo ook bij het geestelijk Lichaam van de Heer. Duidelijk moet zijn dat er geen onderscheid is tussen de leden ook al is hun werking verschillend. In het Lichaam zijn ze allen nodig.
C. Volheid (Ef. 1: 23, Kol. 2: 9-10, Kol. 1: 19). De volheid van de Godheid woont in Jezus lichamelijk en wij hebben de volheid gekregen in en door Hem. Volheid wil dus zeggen dat God volledig in Jezus aanwezig is en dus ook in ons. Het woord volheid heeft in zich: dat wat vult, vol, volledig, compleet, volmaaktheid. Jij bent daardoor compleet (volmaakt) geworden. Op een andere plaats zegt de Geest ons: opdat je vervuld wordt tot alle volheid God. (Ef. 3: 19). De voorwaarden daartoe vind je in Ef. 3: 16 t/m 21.
Enerzijds is het zo dat de volheid van God in ons woont en anderzijds is het zo dat die volheid in ons nog zichtbaar moet worden. Wees dan volmaakt zoals uw hemelse Vader volmaakt is (Matth. 5: 48). Hier zie je de twee kanten van de medaille. Gods genade die geeft, maar ook je verantwoordelijkheid om er naar te leven en het zichtbaar te laten worden. Dit principe vind je telkens weer in de Bijbel. In Christus heb en ben je alles (genade) en door jouw leven moet het zichtbaar worden dat het zo is (verantwoordelijkheid).
D. Leven (2 Kor. 3: 6, Ef. 2: 5). Door de Bijbel heen openbaart God zich als een levende God. Hij spreekt over het levende Woord, over levend brood, over levend water, over de Geest die levend maakt, over doden die Hij levend maakt, over sterfelijke lichamen die Hij levend maakt, over een levende weg. Het grote woord van God is LEVEN. Daar waar de Geest werkzaam is, daar is LEVEN (Rom.8:6). Daarom heeft God zijn zinnen gezet op een gemeente waar Zijn LEVEN openbaar wordt. Jij die Christus toebehoort hebt een nieuw leven ontvangen en dat is LEVEN uit God. Waar het onder alle omstandigheden om gaat is, dat het ontvangen leven, echt LEVEN is (Gal. 2: 20 a).
Het is Zijn LEVEN dat Hij in en door jou wil leven. Stromen van levend water zullen uit Zijn binnenste vloeien, dit zei Hij van de Geest, die zij die in Hem geloven ontvangen zouden (Joh. 7: 39). Levend water is het, door de Heilige Geest, tot leven verwekte Woord van God. Het is de zichtbare uitwerking van het Woord in de levens van mensen. De Geest geeft dat ook aan in Jakobus 2: 14 – 23.
E. Liefde (Rom. 5:5, 1Kor. 13, Gal. 5:6b, Ef. 4:16). De liefde van God is in onze harten uitgestort door de Heilige Geest die ons gegeven is. In Galaten 5 staat dat het gaat om geloof dat zichtbaar wordt door de liefde. Het is geweldig dat de liefde van God in ons uitgestort is en je hebt dan ook een grote verantwoordelijkheid om die liefde te laten zien. Voor God is de liefde iets dat boven alles uitgaat. In het Oude Testament zei Hij al dat je Hem moest liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Wat komt daar van terecht?
F. Eenheid (1Kor. 12:12-13, Joh. 17: 11, Rom. 12: 4,5). Heilige Vader bewaar hen in Uw naam, die U Mij hebt gegeven, opdat zij één zijn zoals Wij. Zo zijn wij de velen, één lichaam in Christus en elk afzonderlijk leden van elkaar (Rom. 12:5). Binnen een lichaam is eenheid een alles bepalende factor.
Eenheid wil niet zeggen over alles hetzelfde denken. Eenheid is ontdekken dat de hand een andere functie heeft dan de voet, terwijl ze toch beide bij het lichaam behoren en absoluut afhankelijk zijn van elkaar. Eenheid is in beginsel aanwezig. God heeft dat zo bepaald, maar wij moeten er gestalte aan geven (weer het principe van genade van God en onze verantwoordelijkheid). Paulus roept ons in Fil. 2: 2 op om eensgezind te zijn. Het is schijnbaar iets dat je niet komt aanwaaien maar waar je duidelijk aan moet werken. De Heilige Geest wil niets liever dan daar aan meewerken als jij je er naar uitstrekt. Hij wacht op jou en mij.
G. Gaven (Rom.12: 6, 1 Kor.12: 7 en 11, Ef.4: 16). De gaven die God je gegeven heeft zijn verschillend. Maar aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is. Maar al deze dingen werkt één en dezelfde Geest, die ieder toedeelt zoals Hij wil.
Populair gezegd zijn gaven cadeautjes van God aan Zijn Lichaam. Gaven zijn belangrijk voor de opbouw van het lichaam, maar je moet niet vergeten dat de gaven nooit in de gemeente tot middelpunt van ons samenkomen mogen worden. Waar het altijd om gaat is dat het Hoofd, de Heer Jezus Christus, het middelpunt is.
Toch zegt de Heer dat je je moet uitstrekken naar de hoogste gave. De gaven zijn wel erg belangrijk. Na de opsomming van de gaven aan het eind van 1 Kor. 12 gaat God verder met de liefde en zegt Hij dat de liefde hoger gaat, zelfs boven de gaven (1 Kor. 13). Eenheid kan alleen gebaseerd zijn op de Liefde, zonder die Liefde is er geen zichtbare eenheid.
Bij genadegaven is het belangrijk dat je beseft dat het hier gaat om gaven die God aan jou schenkt omdat je een nieuwe schepping door wedergeboorte bent geworden. Daar tegenover staan de talenten die je met je geboorte hebt gekregen en waar je in dit leven mee mag werken en als Christen mee mag dienen.
Talenten zijn natuurlijke gaven. Genadegaven zijn geestelijke gaven. Genadegaven zijn vooral tot opbouw van het Lichaam. Dient elkaar, een ieder naar de genadegave (charisma), die Hij ontvangen heeft als goede rentmeesters van de vele genadegaven van God (1 Petr. 4: 10).
Elkaar dienen als goede beheerders van de gaven van God, dat is de opdracht. Je hebt de genadegaven in bruikleen van de Heer om voor Hem te gebruiken. Genadegaven kun je ook weer kwijtraken als je niet vervuld blijft met de Heilige Geest.
Als het lichaam door de gaven opgebouwd wordt zal dat niet onzichtbaar blijven en komen we tot het doel dat God met Zijn gemeente heeft en dat is: een lichaam te zijn dat zichtbaar maakt wie Hij is.
H. Groei (Ef.4: 16 het Boek, Kol.2: 19 het Boek). Door Hem wordt het lichaam prachtig samengevoegd. Elk deel helpt de andere delen naar vermogen (naar de werking die elk deel is toegemeten), zodat het hele lichaam gezond groeit en vol liefde is.
Alleen door met Hem verbonden te blijven, kan de gemeente groeien zoals God het wil. Een lichaam, waar geen groei meer geconstateerd wordt verliest haar levenskracht die zo belangrijk is om te laten zien dat het lichaam krachtig is. Groeit een kind niet, dan rennen de ouders naar de dokter. Als een geestelijk kind niet groeit accepteren we dat vaak en dat zou niet zo moeten zijn. Als de Bijbel over groei spreekt, dan is dat zowel horizontaal naar elkaar als ook verticaal naar God toe. Groei van het lichaam gebeurt dus door elkaar te helpen maar ook door je bezig te houden met de Goddelijke dingen die in de Bijbel voorkomen. Bij groei gaat het erom dat we van baby 's naar kinderen en van jongelingen naar volwassenen gaan (1 Joh.2: 12,13).
TOT SLOT
Hoe weinig begrijpen we nog, in de praktijk van alle dag, wat het betekent om het lichaam van de Heer te zijn. Wat is het een geweldige belevenis als je met elkaar omgaat zoals de Heer dat bedoeld heeft. Het is voor Hem een grote vreugde om te zien dat de leden van Zijn lichaam begrepen hebben dat het gaat om Hemzelf, dat Hij zichtbaar wordt in Zijn lichaam. Binnen de celgroepen krijg je alle gelegenheid om dat te oefenen en in praktijk te brengen. Als je als eenling je weg gaat, zul je niet gevormd worden door elkaar. Om eenheid te praktiseren heb je elkaar nodig. Dan pas zul je ontdekken hoe belangrijk het is om nauw met het Hoofd verbonden te blijven.
In het gebed van de Heer Jezus tot de Vader staat niet voor niets: Heilige Vader bewaar hen in Uw naam die U Mij hebt gegeven, opdat zij één zijn zoals Wij. Deze hulp heb je absoluut nodig.
Overdenk deze dingen en besluit om dit tot een deel van je leven te maken. God heeft alle mogelijkheden in je neergelegd maar jij moet je verantwoordelijkheid opnemen om het uit te werken en dat is: het zichtbaar maken van het Goddelijke leven dat in jou en in de gemeente is.

