De doop
Als we het over de doop hebben dan bedoelen we de doop die door de Heer Jezus zelf is ingesteld (Matth.28: 19). Letterlijk staat er in deze tekst: discipelt de volken, hen dopend en hen lerend. Dat betekent dat je een discipel (volgeling) van Jezus wordt door je te laten dopen. Natuurlijk is geloof in Hem en overgave aan Hem wel de voorwaarde. Je laat dat aan de wereld om je heen zien, door je doop in water.
In 1 Kor.10: 2 geeft de Geest ons een voorbeeld van de doop door te vertellen wat er met Israël gebeurde: …….zich in (tot) de naam van Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee…….
We mogen Mozes hier zien als de verlosser van het volk Israël, die als zodanig een beeld van onze Verlosser, de Heer Jezus Christus is.
De zee is een beeld van het water van de doop dat scheiding maakte tussen hen en Egypte. Egypte is een beeld van de wereld die ze achter zich hadden gelaten. De wolk is een beeld van de Heilige Geest die hen begeleidde door de woestijn achter Mozes aan.
Belangrijk is nog op te merken dat alle verlosten uit Egypte geschuild hadden achter het bloed van het lam dat ze in geloof op hun deurposten gestreken hadden (Ex.12: 22,23). Dat bloed van het lam is een beeld van het bloed van Het Lam.In geloof schuilen achter het bloed van de Heer Jezus is het innerlijke begin en de doop ondergaan is het uiterlijke begin.
Een tweede voorbeeld geeft God in 1Petr.3: 21. Zoals Noach door het water gered werd en op een gereinigde aarde gebracht is, zo zijn wij ook door de doop op gereinigd gebied gekomen waar wij met een goed geweten voor God mogen wandelen. Dat gereinigde gebied heet: het koninkrijk der hemelen waar de Koning regeert en waar wij de Koning (de Heer Jezus) gehoorzaamheid verschuldigd zijn.
De doop is daarom het zichtbare startpunt voor het volgen van Jezus. In deze tijd hebben we dat wel eens vergeten als we zien hoe lang het soms duurt voordat iemand het besluit neemt om gedoopt te worden.
Wanneer je laten dopen?
Velen stellen hun doop steeds maar uit. Als je diep in je eigen hart kijkt zul je de reden daarvan misschien wel kunnen vinden.
De Heer is heel duidelijk over dat tijdstip. Bekering en daarna dopen. Bekering is in grote lijn berouw hebben over het feit dat je zonder God gewandeld hebt en je dan omkeren van die weg van God af en gaan op een weg naar God toe. Dat kun je op grond van het verlossingswerk dat de Heer Jezus voor je volbracht heeft en dat mag je gaan doen in de kracht van de Heilige Geest die je ontvangen hebt.
Als Petrus zijn toespraak gehouden heeft (Hand.2: 14- 42) zeggen zijn toehoorders, die in hun hart geraakt zijn: Wat moeten wij doen? Petrus antwoordde hun: keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen van uw zonden. Dan zal ook de Heilige Geest u geschonken worden. Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag breidde het aantal leerlingen (discipelen) zich uit met 3000.
Fillipus legt aan de Ethiopiër de betekenis van Jes.53 uit en naar aanleiding daarvan predikte hij aan hem Jezus (Hand.8: 26 e.v.). In wezen legde hij aan hem het evangelie uit aan de hand van wat er over de Heer in dat gedeelte geschreven werd. Toen de Ethiopiër begreep waar het om ging stelde hij de vraag: zie daar is water, wat is er tegen om gedoopt te worden? En beiden daalden af in het water.
Niks wachten met dopen!
Jezus Christus is gekomen om zondaren te behouden en in het bijzonder jou, dat is de boodschap die je begrijpen moet om je daarna in geloof aan Jezus over te geven. Dat noemen we bekering. Daarop volgt direct de doop (Hand.10: 47,48 - Hand.16: 14, 15 - Hand.18: 8) .
Bekering, doop en het ontvangen van de Heilige Geest horen bij elkaar al is het in sommige gevallen niet altijd in deze volgorde.
De doophandeling
De doop vindt in de Bijbel plaats door onderdompeling in water. Misschien moet je om dit te begrijpen je wel verplaatsen naar de tijd rondom de geboorte van Jezus. In die tijd was de onderdompeling een bekend verschijnsel in Israël.
Voor de Joden was het geen discussiepunt van hoe en wanneer. Zij wisten het wel. Bekering en doop hoorden bij elkaar. De Joden, ten tijde van Jezus, kenden een doop van proselieten (o.a. Hand.2: 10). Proselieten waren mannelijke heidenen die zich wilden bekeren tot het Joodse geloof. Voordat zij zich daar toe konden rekenen moesten er 3 dingen gebeuren.
a. Ze moesten de besnijdenis ondergaan.
b. Ze moesten een reinigingsoffer brengen.
c. Ze moesten gedoopt worden.
Na de doop werd hij gerekend tot het Joodse geloof te zijn toegetreden. De doop bestond uit een onderdompeling in water, zoals dat bij de Mikvah gebeurde. De Mikvah is een rituele wassing voor de Joden die door onderdompeling plaatsvindt en waarbij de zonden afgespoeld worden. In Hand. 22: 16 komen we die gedachte ook nog tegen bij de oproep van Cornelius voor de doop van Saulus (Paulus).
Diepere betekenis van de doop
In de Bijbel is niet zoveel geschreven over de betekenis van de doop dan de vele boeken over dit onderwerp doen suggereren. Veelal komt dit door de verwarring over de uiterlijke vorm van de doop, het tijdstip waarop men gedoopt wordt en de verschillende betekenissen die men aan de doop en de doophandeling geeft. (verbondsdoop of geloofsdoop, kinderdoop of volwassenendoop, besprenkeling of onderdompeling)
De kennis die er in het begin over de doop bestond ging niet veel verder dan de reeds genoemde twee symbolische betekenissen:
a. Het afwassen van de zonden (Hand.22: 16)
b. Het worden van een volgeling van Jezus (Matth.28: 19).
De diepere betekenis van de doop wordt door de Heilige Geest veel later openbaar gemaakt. Daarbij gaat het vooral om het feit dat de doop aangeeft dat het waterbad een graf is.
- De doop is een getuigenis tegenover God en de mensen, dat wij met Christus gestorven en begraven zijn. Wij worden tot zijn dood gedoopt (Rom.6: 3- 11 en Kol.2: 12.).
- Door de doop belijden wij dat we met Hem zullen leven. We hebben de nieuwe mens aangedaan die het leven van de Heer is (Gal.3: 27).
- De doop is een vraag (bede of gebed) voor God van een goed geweten door de opstanding van Jezus Christus (1Petr.3: 21).
Je kunt voor God een goed geweten hebben door de opstanding van Jezus. In zijn opstanding zie je dat het werk dat Hij op Golgotha volbracht heeft door God geaccepteerd is en voldoende bevonden voor de reiniging van je zonden. Daarom is het eigenlijk geen vraag meer van een goed geweten voor God maar in de Heer Jezus het hebben van een goed geweten. In Zijn sterven mag je je eigen sterven zien en in Zijn leven mag je je eigen leven zien.
Het loon dat de zonde geeft is de dood, die dood heb je ondergaan in het sterven van de Heer Jezus. Daarom kun jij ook leven.
Nogmaals: bij de doop breng je in het openbaar tot uitdrukking wat er bij de bekering innerlijk al doorleeft is. Als het goed is heb je al doorleeft wat Hij voor jou volbracht heeft. Hij heeft dat gedaan om je in een relatie met God te brengen en wat niet mogelijk was door de zonde die aan je kleefde. Doordat jij met Hem gestorven bent , is ook de zondeschuld weggedaan en ben je daar in beginsel vrij van (Rom.6: 7).
Bij de doop laat je aan iedereen zien dat je het serieus meent dat je een volgeling van Jezus wilt zijn. Geloven dat de Heer Jezus voor jouw zonden aan het kruis gestorven is, is belangrijk en absoluut noodzakelijk maar Hem over je leven te laten regeren maakt je pas tot een echte discipel (volgeling) van Hem. Te vaak gebeurt het nog dat mensen die gedoopt worden daarna niet dat nieuwe leven van Christus, dat ze door de Heilige Geest ontvangen hebben, laten zien.
Van de 3000 mensen die gedoopt werden zegt de Heer in Zijn Woord: zij bleven volharden in de leer van de Apostelen (nu dus het lezen van de Bijbel), in de gemeenschap (het met elkaar omgaan) in het breken van het brood (het avondmaal) en in de gebeden (het met elkaar op de knieën gaan) (Hand.2: 42 e.v.).
Kol. 2: 11,12
In Hem bent u ook besneden, niet door mensenhanden maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam. Toen u gedoopt werd bent u immers met Hem begraven en met Hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die Hem uit de dood heeft opgewekt. Zij die geloven zijn reeds "besneden" zoals de tekst aangeeft. Maar met welke besnijdenis dan? In de besnijdenis van Christus en dat wil zeggen: wat in de verbondsbesnijdenis (het verbond van God met Abraham) tot uitdrukking gebracht werd, het wegdoen van het lichaam van het vlees, is door Jezus Christus in onze plaats gedaan toen Hij met onze zonden voor God moest verschijnen en het oordeel: schuldig (in onze plaats) uitgesproken werd. In deze tekst wordt met het beeld van zijn "besnijdenis" duidelijk gemaakt dat:
Zijn "besnijdenis" is onze "besnijdenis" geworden.
Zijn afleggen van het "lichaam van het vlees" is ons afleggen geworden.
Zijn dood is onze dood geworden.
Zijn begrafenis is onze begrafenis geworden.
Zijn opstanding is onze opstanding geworden.
Zijn leven is ons leven (door de Geest) geworden.
Dit alles lag al bij God opgesloten in het beeld van de besnijdenis voor het volk Israël. Besnijdt dan de voorhuid van uw harten en wees niet hardnekkig (Deut.10: 16). In Jezus zien we de volmaakte betekenis van de besnijdenis en dat was in wezen ook waar God bij Israël al naar verlangde. De besnijdenis was voor het gehele nageslacht van Abraham, met een gekoppelde belofte die aan Abraham gedaan was en die belofte is in Christus, tot ons die geloven, gekomen (Gal.3: 14).
Wij hebben als merkteken (Ef.1: 13) van het geloof het zegel van de Geest, dat merkteken ontvang je op grond van geloof.
Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus tot vergeving van uw zonden en je zult de gave (het merkteken) van de Heilige Geest ontvangen (Hand.2: 38).
Tot op bepaalde hoogte kun je zeggen dat de doop als een teken in de plaats van de besnijdenis is gekomen, als het symbolisch teken daarvan, een besnijdenis (de dood van Jezus), die op jou toegepast is.
Wij zijn tot zijn dood (het afleggen van het aardse lichaam) gedoopt en wij wandelen met Hem in nieuwheid des levens (Rom.6: 4,5).
Omdat dit alles alleen mogelijk is op basis van geloof in zijn werk op het kruis van Golgotha, kan het ook alleen bestemd zijn voor degenen die in staat zijn om persoonlijk een keuze voor Hem te maken.
Natuurlijk is het niet zo dat de doop de behoudenis geeft (alhoewel er teksten zijn die die indruk wekken). De eeuwige behoudenis is alleen op grond van geloof (Ef.2: 8). Daar leggen we in de doop o.a. een getuigenis van af.
- Zie wie je bent in het Licht van God.
- Ontdek dat je Hem nodig hebt.
- Keer je om naar God door Jezus Christus.
- Geloof in Zijn plaatsvervangend sterven.
- Geef je leven aan Hem.
- Laat je dopen
- Word een discipel (volgeling) van Hem.
- Ga je weg met blijdschap.
En de God van de vrede zal met je zijn (Ef.4: 9).
Toen je gedoopt werd ben je met Hem begraven en met Hem ben je ook tot leven gewekt………
Je was dood door je zonden en je onbesneden staat maar God heeft je samen met Christus levend gemaakt toen Hij je al je zonden kwijtschold. Hij heeft het document met voorschriften waarin je werd aangeklaagd uitgewist en het vernietigt door het aan het kruis te nagelen (Kol.2: 12a,13,14).

