Een latere ervaring?
De bedoeling van dit artikel is om aan te geven dat de doop met [de] Heilige Geest niets anders is dan het ontvangen van de kracht van de Heilige Geest naar de belofte van de Vader en niet een ervaring is die in een later stadium plaats moet vinden.
….maar blijf wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van Mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. ……binnenkort zullen jullie met (lett. in) de Heilige Geest gedoopt (batizo, ondergedompeld) worden. …..maar wanneer [de] Heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen. (Hand.1: 4,5,8)
"De doop met [de] Heilige Geest"(Matth.3: 11 - Marcus 1: 8 - Lukas 3: 16 - Joh.1: 33b - Hand.1: 5; 11: 16)
Heilige Geest zonder lidwoord geeft aan dat het om de kracht van de Geest gaat.
de Gever en de ontvanger
De gave van de Heilige Geest wordt alleen door Johannes en de Heer Jezus de doop met [de] Heilige Geest genoemd (Joh.1: 33; Hand.1: 5). Paulus refereert in 1Kor.12: 13 aan dit gebeuren en in Hand.8: 16 duidt Lukas daar ook op.
De Heer Jezus heeft, nadat Hij verhoogd was, de van de Vader ontvangen Geest als een gave op de gelovigen doen neerdalen (Hand.2: 33). De Bijbel heeft hier diverse benamingen voor die allen duiden op dat ene gebeuren. De doop met [de] Geest.
Van God uit gezien is het een geven van [de] Geest, waarin de gelovigen gedoopt worden (Hand.1: 5). Het is het gebeuren waarvan wij in het oude testament al kennis hebben mogen nemen dat het eens gebeuren zou (Joël 2: 28-32).
Wij mogen die gave ontvangen (Hand.2: 38; 8:17; 19:2) om daarmee vervuld of gevuld (Hand.2: 4) te worden. Deze gave komt over ons (Hand.1: 8), daalt op ons neer (Hand.2: 33; 8: 16; 10: 44; 11: 15; 19: 6), of wordt op ons uitgegoten (Hand.2: 17). Andere vertalingen noemen het, een uitstorten, een op ons vallen. Bij al deze benamingen gaat het maar over één ding: de gave van God. Bij de ontvangst kunnen de volgende tekenen zich openbaren: tongentaal (Hand.2: 4), profeteren, droomgezichten, visioenen (Hand.2: 17). Stromen van levend water zullen een gevolg zijn (Joh.7: 38,39).
De gave van de Geest mogen we ook zien als een zalving, als een stempel waarmee we gemerkt of verzegeld worden.
De veel gebruikte uitdrukking "doop met [de] Heilige Geest"
Het is typerend dat je nergens in de Bijbel leest dat datgene wat op grond van het geloof in de Heer Jezus gegeven wordt, door de apostelen "de doop met [de] Heilige Geest" genoemd wordt. In Hand.19: 2 vraagt Paulus: hebben jullie de Heilige Geest ontvangen toen jullie het geloof aanvaardden? Paulus wist dat het om de doop in [de] Geest ging en toch noemde hij dat niet zo.
We mogen hieruit de conclusie trekken dat dopen en ontvangen van de Geest één gedachte is. Jezus kant is dopen met [de] Geest en onze kant is ontvangen van [de] Geest.
In de tekst uit Hand.8: 16 zien we dat nog een keer. Ze baden dat de Samaritanen [de] Heilige Geest mochten ontvangen, want deze was nog op niemand van hen neergedaald. Ze waren alleen gedoopt tot de naam van de Heer Jezus. Na het gebed legden Petrus en Johannes hun de handen op en zo ontvingen zij [de] Heilige Geest. (Ook hier wordt het geen doop genoemd maar een ontvangen)
Heb je "de doop met [de] Geest" al ontvangen?
In bepaalde kringen is dit een belangrijke vraag. Het antwoord houdt verband met een zichtbare ervaring zoals die ook regelmatig plaatsvond na het ontvangen van de kracht van de Geest zoals omschreven is in de Handelingen en dan in het bijzonder de tongen of klanktaal.
We kunnen niet om het feit heen dat het ontvangen van de Geest, zeker in de begintijd, met zichtbare tekenen gepaard ging. Vandaar ook de vraag van Paulus in Hand. 19: 2. Op de één of andere wijze miste Paulus iets bij hen. Hun antwoord was dat ze daar nog nooit van gehoord hadden. Ze waren dan ook alleen gedoopt met de doop van Johannes (dat is een andere doop dan die tot de naam van Jezus). Toen hun Jezus verkondigd werd en zij in Hem geloofden, werden ze gedoopt en kwam [de] Heilige Geest op hen toen Paulus hun de handen oplegde.
Er is veel discussie over "de doop met [de] Heilige Geest" en de daarbij behorende (?) uitingen, die het bewijs kunnen zijn voor het ontvangen hebben van de kracht van de Geest en dan gaat de discussie vooral om het spreken in tongen of klanktalen. Veel christenen hebben deze gave ontvangen en evenzo hebben vele, Geestvervulde gelovigen die gave niet ontvangen. De vraag blijft daarom: is het spreken in tongen wel een juiste maatstaf? We hebben al aangehaald dat het ook gaat om profeteren, visioenen en droomgezichten hebben, terwijl er alleen op dat ene sterk de nadruk gelegd wordt.
Wij zijn allen gedoopt in één Geest en daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt
Dat wordt ons in 1Kor.12:13 door de Geest gezegd. Letterlijk staat er dat wij door middel van Hem tot één lichaam zijn gedoopt. Zoals het water van de doop het middel is waarmee wij tot de naam van de Heer gedoopt zijn, zo is hier de Geest het middel waarmee we gedoopt zijn tot één lichaam.
De volheid van de Godheid is door de Geest in ons komen wonen (Kol.2: 10). Zou dat niet het hoogst mogelijke zijn wat we kunnen ontvangen? Door de Geest komen de Vader en de Zoon in ons hun woning maken.
Met de kracht van de drie-enig God zijn we doordrenkt. Het is het wonderlijkste dat er na de schepping van de mens gebeurd is. Namelijk een herschepping.
Laat de Geest u vervullen (Ef. 5: 18)
Veel christenlevens zijn mat en lijken niet op een vervuld zijn met de Geest. Daarom moet een ieder zich afvragen: ben ik wel vol van de Geest? Kan de Geest mij wel telkens opnieuw vullen? Dat is de opdracht die we ontvangen hebben. Maar is mijn leven er wel op ingericht? Het zou goed zijn om daar eens met meerdere gelovigen over na te denken. Dat gebeurde 100 jaar geleden wel bij een aantal gelovigen in de Azusastreet in Los Angeles. De resultaten waren bijzonder te noemen.
Azusastreet begin 20 e eeuw
(het ontstaan van de pinksterbeweging)
Een stukje geschiedenis over de hernieuwde aandacht voor de uitdrukking “de doop met [de] Geest”
In het begin van de 20e eeuw kwam een aantal gelovigen samen met een groot verlangen naar meer kracht, kracht zoals de Heer dat belooft had, naar een diepe vervulling met de Heilige Geest. Men was niet meer tevreden met een verschraald geestelijk leven. Men wilde zich ernstig uitstrekken naar meer. En dat gebeurde ook. Bij veelvuldige en langdurige bidstonden kwamen wonderen en tekenen spontaan tot stand. Er werd in klanktalen gesproken, zieken genazen en profetieën werden uitgesproken. De kenmerken van het Koninkrijk der hemelen werden openbaar.
Maar het belangrijkste van alles was dat er zonden beleden werden en dat er krachtdadige
bekeringen tot stand kwamen.
De gelovigen konden maar tot één conclusie komen, dit is het waar de Heer over gesproken heeft: "de doop met [de] Heilige Geest." Het is begrijpelijk dat de gedachte bovenkwam van een hernieuwde uitstorting van de Geest, met een nieuwe beleving van Pinksteren. Was deze gedachte juist?
Het was waarschijnlijk zo dat de Heer zulke verlangende, gereinigde en toegewijde harten zag dat de Heilige Geest hen helemaal opnieuw kon vullen en dat gebeurde ook.
Kunnen we alleen over "de doop met [de] Geest" spreken als we wonderen en tekenen zien? Zijn uitingen van de Geest bepalend voor de naam?
Wat er in die tijd, in Los Angeles gebeurde is absoluut een geweldige werking van de Heilige Geest geweest. De bewijzen daarvoor waren duidelijk aanwezig. Het heeft een van Godswege gegeven vernieuwing voor de christenheid gebracht tot op de huidige dag. Soms "leek" het erop alsof hun leven voor het eerst door de Heilige Geest gevuld werd maar was dat ook zo?
Voortdurende vervulling
Is de oproep van de Heer niet om vol van de Geest te blijven nadat we de Heilige Geest bij onze wedergeboorte ontvangen hebben?
Als die voortdurende vervulling in ons leven gestalte krijgt dan heeft dat duidelijk zichtbare consequenties. Immers, stromen van levend water kunnen niet verborgen blijven. Levend water is een beeld van het tot leven verwekte Woord van God. Dan leven we vanuit het Woord en dan wordt Jezus zichtbaar in ons leven. Als spreken in tongen een bewijs zou moeten zijn, dan is een totaal veranderd leven door het Woord zeker een bewijs van de machtige werking van de Geest. Helaas denken we als mensen vaak in patronen, hoe iets zou moeten functioneren maar
De wind waait waarheen Hij wil…. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is (Joh.3: 8). De Geest werkt zoals Hij wil en geeft Zijn gaven zoals Hij wil. (1Kor.12: 11)
Dit mysterie willen we als mens kunnen bevatten
maar het is niet te vatten.
De Heer heeft gezegd dat er kracht uit de hoge zou komen als de Heilige Geest kwam (Hand. 1: 8). Door deze Goddelijke volheid worden zwakke mensen, in beginsel, tot geestelijke kanjers gemaakt. Maar laten we vooral niet vergeten om eerst ons deel te doen en dat is een volkomen overgave aan God. (Rom.12: 1,2)
Waar het vooral om gaat is dat door onze levens heen gezien wordt dat wij de belofte van de Vader ontvangen hebben op een wijze zoals Hij het bedoeld heeft en laten we niet vergeten dat de Heilige Geest eerst overtuigt van zonde als een krachtig bewijs dat Hij in ons werkt. Daarna kan Zijn kracht door ons heen werken. Als er momenten zijn dat de kracht van de Geest niet merkbaar aanwezig is, dan mag je om die kracht vragen. In Luk.11: 13 staat dat God die wil geven als je erom vraagt.
Geen spreken in een klanktaal (tongen)?
In directe zin lezen we nergens in de Bijbel dat het spreken in tongen of talen een bewijs is van het ontvangen hebben van de Geest. Deze gedachte is een afgeleide van situaties waarbij het wel voorkomt, zowel in de Bijbel alsook in latere tijden. Toch zijn ze bijna tot een bewijsnorm verheven terwijl Paulus zegt: kan iedereen in een klanktaal spreken? (1Kor.12: 30)
Helaas zijn door het missen van deze gave veel gelovigen gaan twijfelen of de Geest wel op hen is neergedaald. Krampachtig zijn ze gaan zoeken naar iets dat ze al ontvangen hadden op grond van de belofte van de Vader. Maar als de werking van de Geest in ons leven niet zichtbaar is moeten we naar God gaan. We kunnen met Hem over het probleem praten en vragen of er verhinderingen zijn voor de openbaring van de Geest in ons leven. God wil dat gebed verhoren!
God wil dat wij ons uitstrekken naar de geestelijke gaven, zelfs naar de hoogste gave (1Kor.12: 31), welke dat dan ook is.
Daarna wijst hij ons nog een betere weg en die is het hoogste bewijs van de werking van de Heilige Geest in ons leven. De liefde (1Kor.13). Verdiep je daarin. Ons resten geloof, hoop en liefde maar de grootste is de liefde (1kor.13:13). Die liefde is in ons hart uitgestort toen wij de Geest ontvingen (Rom.5: 5).
Een (voorzichtige) conclusie
We hebben een geweldige God die volkomen voorbij gaat aan onze visie over hoe nu "de doop met [de] Heilige Geest" plaatsvindt, wat wij er van ervaren of zien. In deze tijd geeft God meestal niet direct de tekenen die daar in de begintijd bij openbaar werden. Toch zijn in de loop der eeuwen gelovigen met totaal verschillende visies over deze doop krachtig door de Geest gevuld zodat hun levens door Zijn werking volledig vernieuwd werden. Ook werden de tekenen openbaar zoals de Geest die gaf in de begintijd in Handelingen maar in alle gevallen ontdekten ze eerst de heiligheid van God en hun eigen toestand van onvolkomenheid daar tegenover.
De Heilige Geest is eenmaal gezonden als de belofte van de Vader en dat noemt de Heer Jezus "de doop met [de] Geest". Het is het antwoord op ons geloof in en bekering tot Hem. Daarom heeft Hij de Geest uitgestort als een merkteken en een zalving met kracht. We zijn eenmaal gedoopt in [de] Geest toen we in het lichaam van Christus als een levende steen ingevoegd werden (1Kor.12: 13; 1Petr.2: 5).
Kunnen we uit dit stukje nu lezen dat er een bezwaar bestaat tegen de uitingen van de Geest? Geenszins! Het zou meer moeten voorkomen in de levens van de gelovigen maar dan niet toegespitst op maar één ding, het spreken in een klanktaal.
Laten we God vragen of de Geest ons zo kan vullen dat Hij ook zijn gaven aan ons "kwijt" kan. Maar we mogen vooral niet vergeten dat liefde de allerhoogste weg is (1Kor.12: 13b; 14: 1).
Jaag de liefde na en streef naar de gaven van de Geest.
Hoe wij ook denken over "de doop met [de] Heilige Geest", laten we niet vergeten dat er Eén is die ons samenbindt dat we één gezamenlijke basis hebben die verwoord is in 1Kor.12: 13:
Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden. Wij zijn allen van één Geest doordrenkt.

